GE-269-001

A phase 1a/1b, multi centre, open-label, dose-escalation and dose-expansion study in patients with solid tumour malignancies to evaluate GEH200520 Injection / GEH200521 (18F) Injection safety and tolerability, positron emission tomography imaging, pharmacokinetics, and changes in imaging after treatment.

Eudractnummer: 2022-000246-16

Samenvatting

Dit is een open-label, fase 1a/1b onderzoek in twee centra waarin de veiligheid en verdraagbaarheid van de 18F-gelabelde tracer GEH200521 wordt beoordeeld. Er wordt binnen deze studie PET-beeldvorming, farmacokinetiek en conventionele beeldvorming voor en tijdens immunotherapie gedaan bij proefpersonen met solide maligniteiten. In dit onderzoek worden twee experimentele geneesmiddelen (IMP’s) toegediend: een niet-radioactief gelabeld IMP (GEH200520) en de 18F-gelabelde variant (GEH200521).

Het onderzoek bestaat uit twee delen:

In deel A krijgen proefpersonen het “koude” product GEH200520 gevolgd door het “hete” GEH200521 waarna de proefpersonen een aantal PET scans ondergaan op de dag van de tracer injectie. De belangrijkste doelstellingen zijn, de optimale dosis van het “koude” product , beoordeling van toxiciteit, dosimetrie, farmacokinetiek en antilichamen tegen het geneesmiddel (ADA) voor de verschillende doses GEH200520. Naar schatting zullen in totaal 14 proefpersonen worden ingeschreven in deel A.

In deel B krijgen proefpersonen één PET scan toediening van het “koude” GEH200520 op de optimale dosering gevolgd door één toediening van het “hete” GEH200521 voorafgaand aan een behandeling met immunotherapie en daarna nog tweemaal een tracer toediening gevolgd door een PET scan tijdens de behandeling met immunotherapie. De belangrijkste doelstellingen verandering van tracer opname tijdens behandeling met immunotherapie, toxiciteit , PK en ADA. Naar schatting zullen er in totaal 36 proefpersonen worden ingeschreven in deel B in maximaal 2 onderzoekscentra.

Inclusiecriteria

  • De proefpersoon is in staat en bereid om zich te houden aan alle onderzoeksprocedures zoals beschreven in het protocol, inclusief de vereisten voorafgaand aan het bezoek van de beeldvorming, en heeft de informatie- en toestemmingsformulier gelezen, ondertekend en gedateerd voordat er onderzoeksprocedures worden uitgevoerd.
  • De proefpersoon is een man of vrouw van ≥ 18 jaar oud.
  • De proefpersoon heeft een levensverwachting ≥ 12 weken.
  • De proefpersoon heeft een Eastern Cooperative Oncology Group (ECOG)-performancestatus van 0-1.
  • De proefpersoon heeft een niet-reseceerbare of gemetastaseerde solide tumor of een plaatselijk en reseceerbaar plaveiselcelcarcinoom van het hoofd-halsgebied.
  • De proefpersoon komt in aanmerking voor ICI-behandeling.
  • De proefpersoon heeft ten minste 1 meetbare tumorlaesie gedocumenteerd op CT/MRI die RECIST v1.1 beoordeelbaar is in de afgelopen 12 maanden. Eerder bestraalde laesies mogen niet meetellen als doellaesies.
  • De proefpersoon heeft (een) tumorlaesie(s) waarvan een biopt veilig kan worden verkregen volgens de standaard klinische zorgprocedures.
  • De proefpersoon is een man of vrouw die chirurgisch steriel is (heeft een gedocumenteerde bilaterale ovariëctomie en/of gedocumenteerde hysterectomie ondergaan), postmenopauzaal is (die langer dan 1 jaar geen menstruatie heeft gehad) of geen borstvoeding geeft, of als ze vruchtbaar is, moeten de resultaten van een zwangerschapstest op serum of urine voor humaan choriongonadotrofine, bij de screening en op de dag van toediening van het IMP (met het resultaat bekend vóór toediening van het IMP), negatief zijn. Vrouwen van vruchtbare leeftijd en mannen die seksueel actief zijn met een vruchtbare partner, moeten adequate anticonceptie gebruiken vanaf de screening tot 30 dagen na toediening van het IMP. Dergelijke methoden omvatten: hormonale anticonceptie waaronder orale anticonceptiemiddelen; spiraaltje; hormoonspiraaltje; bilateraal afbinden van de eileiders; partner die vasectomie heeft ondergaan; seksuele onthouding; adequate barrièremethode met zaaddodend middel (bijv. pessarium, condoom).

Exclusiecriteria

  • De proefpersoon kan niet alle procedures in het onderzoek ondergaan en/of kan niet stil blijven liggen en de beeldvormingsprocedure niet verdragen.
  • De proefpersoon heeft tijdens de screening, naar het onderdeel van de onderzoeker, belangrijke bevindingen in een 12-kanaals-ECG.
  • De proefpersoon is niet stabiel vanwege een medische aandoening of behandeling die, naar het oordeel van de onderzoeker, de veiligheid van de proefpersoon of de doelstellingen van het protocol in gevaar kan brengen.
  • De proefpersoon heeft actieve auto-immuunziekte of een gedocumenteerde voorgeschiedenis van auto-immuunziekte of syndroom waarvoor systemische steroïden of immunosuppressiva nodig zijn.
  • De proefpersoon heeft een bevestigde actieve COVID-19-infectie.
  • De proefpersoon heeft een ernstige, niet kwaadaardige ziekte of aandoening die, naar het oordeel van de onderzoeker, de veiligheid van de proefpersoon of de doelstellingen van het protocol in gevaar kan brengen.
  • De proefpersoon heeft een B- of T-cellymfoom.
  • De proefpersoon heeft een hersen- of beenmergmetastase die, naar het oordeel van de onderzoeker, de veiligheid van de proefpersoon of de doelstellingen van het protocol in gevaar kan brengen.
  • De proefpersoon heeft tekenen of symptomen van systemische infectie binnen 2 weken voorafgaand aan de dag van de beeldvorming.
  • De proefpersoon heeft een voorgeschiedenis van ernstige allergische, anafylactische of andere overgevoeligheidsreacties of chimere of gehumaniseerde antilichamen of fusie-eiwitten of bekende allergie voor de bestanddelen van het IMP en/of de voorgestelde ICI-behandeling.
  • De proefpersoon heeft andere ziekten, stofwisselingsstoornissen, bevindingen bij lichamelijk onderzoek of klinische laboratoriumbevindingen die aanleiding geven tot een redelijk vermoeden van een ziekte of aandoening waarbij het gebruik van de ICI-behandeling gecontra-indiceerd is of die de interpretatie van de resultaten kunnen beïnvloeden of voor de proefpersoon een hoger risico op complicaties kunnen inhouden.
  • De proefpersoon heeft laboratoriumwaarden van:
    • Alanine-aminotransferase (ALT) of aspartaataminotransferase (AST) hoger dan 3 keer de bovengrens van normaal (ULN) of hoger dan 5 keer de ULN in geval van levermetastasen.
    • Bilirubine > 3,0 x ULN
    • Creatinineklaring < 60 ml/min/1,73 m2
    • Leukocytentelling < 3500/mm3
    • Bloedplaatjestelling < 100.000/µl
  • De proefpersoon heeft resultaten van laboratoriumonderzoek voor de veiligheid (klinische chemie, hematologie en urineonderzoek) die, naar het oordeel van de onderzoeker, de veiligheid van de proefpersoon of de doelstellingen van het protocol in gevaar kunnen brengen.
  • De proefpersoon heeft een zware operatie ondergaan binnen 4 weken voorafgaand aan inschrijving of er is een zware chirurgie gepland tijdens het onderzoek, met uitzondering van procedures die deel uitmaken van de UMCG IIS.
  • De proefpersoon is geïncludeerd in een ander interventiestudie binnen 30 dagen vóór de screening van dit onderzoek, met uitzondering van de UMCG IIS.
  • De proefpersoon is zwanger of van plan is zwanger te worden, of geeft borstvoeding.
  • De proefpersoon heeft een voorgeschiedenis van alcohol- of drugsmisbruik in het afgelopen jaar.
  • De proefpersoon is behandeld met systemische immunostimulerende middelen (waaronder, maar niet beperkt tot interferonen [IFN’s] of interleukine-2 [IL-2]) binnen 6 weken of 5 halfwaardetijden van het geneesmiddel, afhankelijk van wat korter is, voorafgaand aan toediening van het IMP.
  • De proefpersoon is behandeld met systemische, immunosuppressiva (waaronder, maar niet bepekt tot prednison, cyclofosfamide, azathioprine, methotrexaat, thalidomide en anti-tumornecrosefactormiddelen) binnen 2 weken voorafgaand toediening van het IMP.
  • De proefpersoon heeft acute, laaggedoseerde, systemische immunosuppressiva gekregen (bijv. een eenmalige dosis dexamethason voor misselijkheid) die, naar het oordeel van de onderzoeker, de doelstellingen van het protocol in gevaar kan brengen.
  • De proefpersoon heeft systemische corticosteroïden gebruikt voor de behandeling van inflammatoire of auto-immuunsymptomen binnen 15 dagen of andere immunosuppressiva binnen 30 dagen voorafgaand aan de screening. Geïnhaleerde en topische corticosteroïden zijn toegestaan.

Studiecoördinator

Bij vragen of verwijzingen graag contact opnemen met de studiecoördinator.

Dr. D.J.A. de Groot
Afdeling Medische Oncologie
Tel.: 050 3612821 (secretariaat Oncologie)
E-mail: d.j.a.de.groot@umcg.nl