CA209-714

CA209-714: A double-blind, randomized, two arm phase 2 study of nivolumab in combination with ipilimumab versus nivolumab in combination with ipilimumab placebo squamous cell carcinoma of the head and neck (SCCHN).

Protocolnummer:CA209-714
EudraCT nummer:2016-001645-64
METc nummer:2016.459
Onderzoekscode:O213

Samenvatting

CA209-714 is een multicenter fase 2 onderzoek waaraan volwassen patiënten deelnemen met recidief incurabel of gemetastaseerd plaveiselcelcarcinoom van het hoofd-halsgebied (SCCHN). Het onderzoek vergelijkt nivolumab gecombineerd met ipilimumab versus nivolumab plus placebo als eerstelijnsbehandeling; randomisatie 2:1. Er zullen 216 patiënten met platinum refractaire ziekte (progressie binnen 6 maanden na ne-oadjuvante, concomittante of adjuvante chemotherapie) worden geïncludeerd en 99 patiënten met platinum sensitieve ziekte.

Het primaire doel van dit onderzoek is om de responspercentages in beide behandelgroepen te vergelijken in platinum refractaire patiënten.

Inclusiecriteria

  • Patiënten moeten een schriftelijke informatie- en toestemmingsverklaring ondertekenen
  • Patiënten moeten bereid en in staat zijn om te voldoen aan geplande bezoeken, het behandelingsschema en laboratoriumtests.

 

 

Doelgroep

  • Histologisch bevestigd plaveiselcelcarcinoom van de mondholte, orofarynx, hypofarynx of larynx (met inbegrip van plaveiselcelcarcinoom van onbekende primaire oorsprong voortkomend uit het hoofdhals gebied indien HPV p16 positief).
  • Gemetastaseerd of recidief ziekte zonder curatieve behandelopties. Patiënten die mogelijke curatieve salvage-chirurgie voor recidief ziekte weigeren, komen niet in aanmerking.

Twee subgroepen zullen worden geïncludeerd : n=216 platinum-refractair (progressie binnen 6 maanden na neo-adjuvante, concomittante of adjuvante chemotherapie) en n=99 platinum-sensitief.

Patiënten mogen geen systemische antikankertherapie hebben ontvangen in de recidief of gemetastaseerde setting.

  • Eastern Cooperative Oncology Group (ECOG) status van 0 of 1
  • Meetbare ziekte per RECIST 1.1 Doellaesies kunnen zich voordoen in een eerder bestraald gebied als er gedocumenteerde (radiologische) ziekteprogressie van die laesie is na het beëindigen van de radiotherapie.
  • Documentatie van HPV p16 status is vereist voor SCCHN tumor van de orofarynx. Patiënten met een onbekende primaire locatie moeten een gedocumenteerde positieve p16 status hebben.
  • Documentatie van PD-L1 status door IHC uitgevoerd door het centraal laboratorium voor randomisatie.
  • Een tumorblokje of ongekleurde coupes (max 6 maanden oud), met een bijbehorend pathologisch verslag moeten worden opgestuurd voor biomarker evaluatie vóór randomisatie. Het moet een excisie, incisie of dikke naald biopt zijn, cytologie is wordt niet geaccepteerd.
  • Palliatieve radiotherapie moet ten minste 8 weken voorafgaand aan de inclusie zijn afgerond, indien radiotherapie op het hoofd halsgebied, en 4 weken als de radiotherapie op andere gebieden was gericht.
  • Alle toxiciteit toegeschreven aan voorafgaande kankertherapie (systemische anti-kankertherapie, radiotherapie of chirurgie), anders dan alopecia en vermoeidheid, moeten zijn opgelost of teruggekeerd naar de baseline ten minste 2 weken vóór randomisatie.
  • Na een pre-treatment/screen failure mogen patiënten opnieuw geïncludeerd worden. De patiënt moet dan opnieuw toestemming verlenen.
  • Laboratoriumwaarden moet voldoen aan de volgende criteria
      • Leukocyten ≥ 2000/µL (≥ 2.0*109/L)
      • Neutrofiele granulocyten ≥ 1500/µL (≥ 1.5*109/L)
      • Trombocyten ≥ 100 x 103/µL (≥ 100*109/L)
      • Hemoglobine ≥ 9,0 g/dL (≥ 5.59 mmol/L)
      • Serumcreatinine ≤ 1,5 x ULN of berekende creatinineklaring > 40 mL/min (met behulp van de Cockcroft-Gault formule)
      • ASAT ≤ 3,0 x ULN
      • ALAT ≤ 3,0 x ULN
      • Totaal aan bilirubine ≤ 1,5 x ULN (met uitzondering van personen met het syndroom van Gilbert, die een totaal aan bilirubine moeten hebben van < 3,0 x ULN).

     

  •  

Leeftijd en vruchtbaarheidsstatus

  • Mannen en vrouwen, leeftijd ≥ 18 jaar
  • Vrouwen die zwanger kunnen worden (women of childbearing potential, WOCBP) moeten een negatieve serum of urine zwangerschapstest hebben binnen 24 uur voorafgaand aan het starten met de onderzoeksbehandeling.
  • Vrouwen mogen geen borstvoeding geven.
  • WOCBP moeten akkoord gaan met instructies voor methoden van anticonceptie tot en met 5 maanden  na de laatste dosis.
  • Mannen die seksueel actief zijn met WOCBP moeten akkoord gaan met instructies voor methoden van anticonceptie tot en met 7 maanden na de laatste dosis.
  • Mannen met azoöspermie en WOCBP die voortdurend niet heteroseksueel actief zijn, zijn vrijgesteld van anticonceptie eisen. Wel moeten zij de zwangerschapstesten ondergaan zoals beschreven.
  • Onderzoekers zullen WOCBP en mannelijke patiënten die seksueel actief zijn met WOCBP adviseren met betrekking tot het belang van zwangerschapspreventie en de gevolgen van een onverwachte zwangerschap.
  • Onderzoekers zullen tevens WOCBP en mannelijke patiënten die seksueel actief zijn met WOCBP wijzen op zeer effectieve methoden van anticonceptie en patienten moeten instemmen met het gebruik hiervan.

Exclusiecriteria

Uitzonderingen doelziekte

  • Terugkerend Recidief of gemetastaseerd carcinoom van de nasofarynx, paranasale sinussen, plaveiselcelcarcinoom van de huid, speekselkliertumoren, of niet-squameuze histologie.
  • Patiënten met onbehandelde metastasen in het centrale zenuwstelsel (CZS).
  • Patiënten komen in aanmerking als CZS metastasen adequaat zijn behandeld en neurologische symptomen teruggekeerd zijn naar de baseline (met uitzondering van resterende tekenen of symptomen met betrekking tot de CZS behandeling) gedurende ten minste 2 weken vóór randomisatie. Daarnaast mogen patiënten geen corticosteroïden meer gebruiken, of op een stabiele of afnemende dosis zitten van dagelijks 10 mg prednison (of equivalent) gedurende ten minste 2 weken vóór randomisatie
  • Patiënten met meningitis carcinomatosa.
  • Eventuele voorafgaande behandeling met een niet-platinum bevattende systemische therapie voor SCCHN (adjuvante, neo-adjuvante of multimodale behandeling).

Medische voorgeschiedenis en gelijktijdig optredende ziekten

  • Vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven.
  • Eerdere behandeling meteen anti-PD-1-, anti-PD-L1-, anti-PD-L2-, anti-CD137- of anti-CTLA-4-antilichaam, of een ander antilichaam of geneesmiddel dat specifiek gericht is op T-cel-co-stimulatie of checkpoint-routes.
  • Andere actieve maligniteit die gelijktijdig ingrijpen vereist.
  • Patiënten met eerdere maligniteiten (met uitzondering van niet-melanoom huidkankers, en de volgende in situ kankers: blaas, maag, dikke darm, oesophagus, endometrium, cervicale/dysplasie. melanoom of mamma) tenzij een volledige remissie werd bereikt minstens 2 jaar voorafgaand aan het onderzoek EN geen aanvullende therapie nodig is tijdens de onderzoeksperiode.
  • Patiënten met een actieve, bekende of vermoedelijke auto-immuunziekte. Patiënten met diabetes mellitus type I, hypothyreoïdie die alleen hormoonvervanging vereist, huidaandoeningen (zoals vitiligo, psoriasis of alopecia) die geen systemische behandeling vereisen, of aandoeningen waarvan geen terugkeer wordt verwacht bij de afwezigheid van een externe trigger, mogen  geïncludeerd worden.
  • Patiënten met een aandoening waarbij systemische behandeling met corticosteroïden 10 mg dagelijks prednison equivalent) of andere immunosuppressieve medicijnen vereist is binnen 14 dagen na randomisatie.

Inhalatie of lokale steroïden, en bijnier vervangende therapie met steroïden > 10 mg dagelijks prednison equivalent, zijn toegestaan in geval van afwezigheid van actieve auto-immuunziekte.

  • Patiënten met interstitiële longziekten die symptomatisch zijn of met de detectie of de behandeling van vermoedelijke geneesmiddel gerelateerde pulmonale toxiciteit kan interfereren.
  • Een bekende medische aandoening die, volgens de onderzoeker, het risico zou verhogen dat wordt geassocieerd met onderzoekdeelname of met toediening van het onderzoeksgeneesmiddel of interfereert met de interpretatie van de veiligheidsresultaten.

Resultaten lichamelijk onderzoek en laboratoriumtests

  • Een positief testresultaat voor hepatitis B- of hepatitis C-virus dat de aanwezigheid van virus aangeeft, bijvoorbeeld Hepatitis B oppervlakte-antigeen (HBsAg,) positief, of Hepatitis C antilichaam (anti-HCV) positief (behalve als HCV-RNA negatief)
  • Bekende geschiedenis van positieve tests voor humaan immunodeficiëntīe virus (HIV) of acquired immune deficiency syndrome (AIDS).
  • Geschiedenis van allergie of overgevoeligheid voor componenten van het onderzoeksgeneesmiddel.

Overige exclusiecriteria

  • Gevangenen of patiënten die tegen hun wil opgesloten zijn. (Opmerking: onder bepaalde omstandigheden kan een persoon die gevangen is gezet worden opgenomen in het onderzoek, of mag deze het onderzoek voortzetten als patiënt. Hiervoor gelden strikte voorwaarden en er is Bristol-Myers Squibb goedkeuring vereist).
  • Patiënten die gedwongen worden vastgehouden voor de behandeling van een psychiatrische of lichamelijke ziekte (bijv. infectieziekten).

Studiecoördinator

Dr. S.F. Oosting
Afdeling Medische Oncologie
Tel.: 050 3612821 (secretariaat Oncologie)
Fax: 050 3614862
E-mail: s.oosting@umcg.nl