CA209-577

A Randomized, Multicenter, Double Blind, Phase III Study of Adjuvant Nivolumab or Placebo in Subjects with Resected Esophageal, or Gastroesophageal Junction Cancer. (CheckMate 577: CHECKpoint pathway and nivoluMab clinical Trial Evaluation 577).

Protocolnummer:CA209577
EudraCT nummer:2015-005556-10
METc nummer:2016/663
Onderzoekscode:O187

Samenvatting

Dit is een fase III vergelijkend onderzoek naar nivolumab en placebo bij patiënten na een curatief geopereerd slokdarmcarcinoom. Het doel van het onderzoek is het vergelijken van de totale overleving en ziektevrije overleving na een voorbehandeling volgens CROSS met nadien een curatieve resectie. Momenteel is er geen zorgstandaard (standard of care, SOC) voor dergelijke patiënten, afgezien van controle na de operatie op terugkeer van de ziekte. In de studie wordt onderzocht wat de kans is op terugkeer van de ziekte bij patiënten die met nivolumab worden behandeld, in vergelijking met patiënten die placebo krijgen na operatieve resectie, en wordt de overleving in beide patiëntengroepen met elkaar vergeleken.

Inclusiecriteria

  • Alle proefpersonen moeten een stadium II of stadium III (volgens AJCC 7de editie) carcinoom van de slokdarm of de gastro-oesofageale junctie hebben en een histologisch bevestigd overheersend adenocarcinoom of plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm of kanker van de gastro-oesofageale junctie hebben gekregen ten tijde van de eerste diagnose.
  • Proefpersonen moeten preoperatieve chemoradiotherapie hebben voltooid gevolgd door chirurgie, alvorens te worden gerandomiseerd. Een platinagebaseerde chemotherapie moet worden gebruikt. Chemotherapie en bestralingsregimes kunnen in overeenstemming met de plaatselijke zorgstandaard volgens de NCCN- of ESMO-richtlijnen worden uitgevoerd.
  • De proefpersonen moeten een complete operatieve verwijdering (R0) hebben ondergaan en moeten heelkundig ziektevrij gemaakt zijn met negatieve marges op de geresecteerde stalen. Proefpersonen moeten residuele pathologische ziekte hebben, d.w.z. niet-pathologische complete respons (niet-pCR) van hun EC of GEJ hebben, met minstens ypN1 of ypT1 vermeld in het pathologierapport van de geresecteerde stalen. De pathologierapporten van detecteerbare laesie(s) die maligniteit bevestigen, moeten voorafgaand aan randomisatie door de onderzoeker worden beoordeeld, gedateerd en ondertekend.
  • De volledige operatieve verwijdering moet plaatsgevonden hebben binnen de 4 tot 12 weken voorafgaand aan randomisatie.
  • ECOG-performancestatusscore van 0 of 1.
  • Alle proefpersonen moeten een gedocumenteerde ziektevrije status hebben aan de hand van een lichamelijk onderzoek en beeldvorming binnen de 4 weken voorafgaand aan randomisatie. Beeldvormingsonderzoeken moeten een CT van de borst en de buik omvatten.
  • Er moet tumorweefsel van de geresecteerde plaats van de ziekte aangeleverd worden voor biomarkeranalyse. Om gerandomiseerd te kunnen worden, moet een proefpersoon een PD-L1-expressieniveauclassificatie (≥ 1%, < 1% of onbepaald) hebben zoals bepaald door het centraal laboratorium. Als een onvoldoende hoeveelheid tumorweefsel wordt verstrekt voor analyse, is het bekomen van bijkomend gearchiveerd tumorweefsel (blokje en/of objectglaasjes) voor de biomarkeranalyse vereist.

Exclusiecriteria

  • Proefpersonen met cervicale slokdarmcarcinoom. De plaats van de tumor kan met betrekking tot geschiktheid voor het onderzoek met de medische monitor van BMS worden besproken.
  • Proefpersonen die geen gelijktijdige CRT ondergaan, voorafgaand aan de operatie. Proefpersonen die enkel chemotherapie of enkel bestraling ontvangen voorafgaand aan de operatie, zijn niet geschikt.
  • Proefpersonen met stadium IV operatief verwijderbare ziekte.
  • Proefpersonen met een actieve, aangetoonde of vermoede auto-immuunziekte. Proefpersonen met type I diabetes mellitus, hypothyreoïdie waarvoor enkel hormoonsubstitutie nodig is, huidaandoeningen (zoals vitiligo, psoriasis of alopecia) waarvoor geen systemische behandeling nodig is of aandoeningen waarvan wordt verwacht wordt dat het opnieuw zal optreden, mogen in het onderzoek worden opgenomen.
  • Proefpersonen met een aandoening die systemisch moet worden behandeld met ofwel corticosteroïden (> 10 mg dag prednison of gelijkwaardig) of andere immunosuppressieve medicatie in de 14 dagen voorafgaand aan randomisatie. Geïnhaleerde of topische steroïden en bijniervervangende steroïden aan > 10 mg prednison per dag en equivalent zijn toegestaan indien er geen actieve auto-immuunziekte is.

Studiecoördinatoren

Prof. Dr. G.A.P. Hospers en Dr D.J. de Groot
Afdeling Medische Oncologie
Tel.: 050 3612821 (secretariaat Oncologie)
E-mail: g.a.p.hospers@umcg.nl; d.j.a.de.groot@umcg.nl