ASPEN-03

Een fase 2 onderzoek naar ALX148 in combinatie met pembrolizumab bij patiënten met gevorderd plaveiselcelcarcinoom van het hoofd en de hals (ASPEN-03, AT148003)

Samenvatting

Dit is een niet-vergelijkend, open-label, gerandomiseerd, multicenter fase 2-onderzoek met patiënten met gemetastaseerd of niet-reseceerbaar recidiverend HNSCC die nog niet zijn behandeld voor hun gevorderde ziekte; deze patiënten krijgen ALX148 in combinatie met pembrolizumab versus alleen pembrolizumab (CPS ≥ 1). De controlegroep met pembrolizumab als monotherapie dient ter validatie van historische controles, niet ter rechtstreekse vergelijking. Voor het onderzoek worden na de veiligheidsinloop circa 105 patiënten gerandomiseerd. Er worden, in een toewijzingsverhouding van 2:1, circa 118 patiënten gerandomiseerd in de experimentele behandelgroep en circa 59 patiënten in de controlegroep.

Patiënten krijgen ALX148 45 mg/kg met pembrolizumab in een dosering van 200 mg via een IV-infuus van 30 minuten elke 3 weken. Patiënten bij wie geen ziekteprogressie optreedt en die blijven voldoen aan de behandelingcriteria kunnen ALX148 blijven ontvangen. Pembrolizumab kan gedurende maximaal 35 cycli (circa 24 maanden) worden toegediend bij patiënten zonder ziekteprogressie

Inclusiecriteria

  • Patiënten met gemetastaseerd of niet-resectabel, recidief hoofd-hals plaveiselcelcarcinoom (HNSCC) dat PD-L1-positief is (gedefinieerd als CPS > 1 in centraal lab getest omdat onze lokale test niet aan de FDA eisen voldoet) en die niet eerder systemische therapie voor gevorderde ziekte heeft gehad.
    • Patiënten mogen wel een eerdere systemische therapie hebben gehad voor de behandeling van locoregionaal gevorderde ziekte indien deze meer dan 6 maanden voorafgaand aan de ondertekening van de geïnformeerde toestemming is afgerond.
  • Patiënten moeten ten minste één meetbare laesie hebben zoals gedefinieerd door RECIST versie 1.1. Laesies die zich bevinden in een eerder bestraald gebied worden als meetbaar beschouwd indien progressie is aangetoond in dergelijke laesies.
  • Adequate beenmergfunctie, waaronder:
    • Absoluut aantal neutrofielen (ANC) ≥ 1500/mm3 (≥1.5 x 109/L0)
    • Bloedplaatjes ≥ 100.000/mm3 (≥100 x 109/L);
    • Hemoglobine ≥9 g/dL (≥90 g/L) – moet worden bereikt bloedtransfusie in de voorafgaande 2 weken. Deelnemers kunnen stabiele doses erytropoëtine gebruiken
  • Adequate nierfunctie, waaronder geschatte creatinineklaring (met Cockroft-Gault-vergelijking) ≥ 30 ml/min
  • Adequate leverfunctie, waaronder
    • Totale serumbilirubine ≤ 1,5 x ULN (≤ 3,0 x ULN indien de patiënt gedocumenteerd Gilbert-syndroom heeft);
    • Aspartaat- en alaninetrasaminase (AST en ALT) ≤ 2,5 x ULN; ≤ 5,0 x ULN als er levermetastasen zijn
  • Leeftijd ≥ 18 jaar.
  • INR of PT en PTT < 1,5 ULN tenzij de deelnemer een anticoagulantiatherapie krijgt, zolang PT of aPTT binnen therapeutisch bereik ligt van het beoogde gebruik van anticoagulantia.
  • Eastern Cooperative Oncology Group (ECOG) Performance Status (PS) moet 0 of 1 zijn.
  • Deelnemers met orofaryngeaal carcinoom moeten getest zijn op humaan papillomavirus (HPV) (p16) status.
  • Deelnemers moeten hersteld zijn van alle AEs als gevolg van eerdere therapieën, procedures en operaties tot de uitgangswaarde of ≤ graad 1 per NCI CTCAE 5.0, behalve voor AEs die naar het oordeel van de onderzoeker geen veiligheidsrisico vormen (bijv. alopecia). Deelnemers met ≤ graad 2 neuropathie kunnen in aanmerking komen.
  • Beschikbaar tumorweefsel voorafgaand aan deelname aan de studie dat is afgenomen na de meest recente therapie voor HNSCC van hetzij een niet-resectabele recidiverende laesie of een metastatische laesie voor centrale bevestiging van PD-L1 CPS en evaluatie van andere biomarkers. Cytologie is niet aanvaardbaar.
  • Serumzwangerschapstest (voor vrouwen in vruchtbare leeftijd) negatief bij screening.
  • Mannelijke en vrouwelijke patiënten in de vruchtbare leeftijd moeten akkoord gaan met het gebruik van een zeer effectieve anticonceptiemethode te gebruiken gedurende het onderzoek en gedurende ten minste 120 dagen na de laatste dosis van de toegewezen behandeling

Exclusieciteria

  • Patiënten met een ziekte die geschikt is voor lokale therapie met een curatief oogmerk.
  • Patiënten met progressieve ziekte binnen 6 maanden na voltooiing van curatief bedoelde systemische therapie voor de behandeling van locoregionaal gevorderd HNSCC.
  • Patiënten met nasofaryngeaal carcinoom (NPC).
  • Patiënten met bekende symptomatische CNS metastasen of leptomeningeale ziekte die steroïden nodig heeft. Patiënten met eerder gediagnosticeerde hersen metastasen komen in aanmerking indien zij hun behandeling hebben voltooid en zijn hersteld van de acute effecten van bestraling of chirurgie voorafgaand aan studie deelname, de behandeling met cortisteroïden voor deze metastasen hebben gestaakt en gedurende ten minste 4 weken klinisch stabiel zijn zonder anti-eleptica en neurologisch stabiel zijn vóór de deelname.
  • Heeft een voorgeschiedenis van (niet-infectieuze) pneumonitis / interstitiële long ziekte waarvoor steroïden nodig waren of heeft huidige pneumonitis / interstitiële longziekte
  • Voorafgaande radiotherapie binnen 2 weken voor aanvang van de studiebehandeling. Opmerking: deelnemers moeten hersteld zijn van alle stralingsgerelateerde toxiciteiten. Geen corticosteroïden nodig hebben, en geen bestralingspneumonitis hebben gehad. 1-week washout is toegestaan voor palliatieve bestraling (gedefinieerd als ≤ 2 weken radiotherapie) van niet-CNS ziekte.
  • Voorafgaande behandeling met een anti-CD47- of anti-SIRPα-middel.
  • Eerdere behandeling met een PD-1 of PD-L1, of anti PD-L2 middel of met een middel gericht tegen een andere stimulerende of co-inhibitoire T-celreceptor (bv. CTLA-4, OX-40, CD137).
  • Heeft een diagnose van immunodeficiëntie (met uitzondering van hypogammaglobulinemie) of chronische systemische steroïdtherapie (in een dosering van meer dan 10 mg prednison per dag equivalent) of een andere vorm van immunosuppressieve therapie binnen 7 dagen voorafgaand aan de eerste dosis van het studiegeneesmiddel.
  • Heeft een actieve auto-immuunziekte die systemische behandeling heeft vereist behandeling in de afgelopen 2 jaar (d.w.z. met gebruik van ziekteveranderende middelen, corticosteroïden of immunosuppressieve geneesmiddelen), vervangende therapie (bijv. thyroxine, insuline, of fysiologische corticosteroïdenvervanging therapie voor bijnier- of hypofyse-insufficiëntie) wordt niet beschouwd als een vorm van systemische behandeling en is toegestaan.
  • Voorgeschiedenis van auto-immuun hemolytische anemie, auto-immuun trombocytopenie, of hemolytische transfusiereactie.
  • Patiënten met intolerantie voor of die een ernstige allergische of anafylactische reactie op antilichamen of geïnfundeerde therapeutische eiwitten of patiënten die een ernstige allergische of anafylactische reactie hebben gehad op een van de stoffen in de studiegeneesmiddelen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot hulpstoffen, die in het ALX148 IB worden vermeld in rubriek 4.4 Formulering van de te gebruiken doseringsvorm).
  • Eventuele experimentele antilichamen of levende vaccins in de laatste 30 dagen voorafgaand aan voor de eerste dosis van het studiegeneesmiddel. Voorbeelden van levende vaccins zijn onder meer zijn niet beperkt tot de volgende: mazelen, bof, rodehond, varicella/zoster, gele koorts, rabiës, Bacillus Calmette-Guérin (BCG), en tyfus vaccin. Seizoensinfluenza vaccins voor injectie zijn over het algemeen gedode virusvaccins en zijn toegestaan; intranasale griepvaccins (bijv. FluMist) zijn echter levende verzwakte vaccins en zijn niet toegestaan.
  • Patiënten met actieve, ongecontroleerde, klinisch significante bacteriële, schimmel- of virusinfectie, inclusief hepatitis B (HBV), hepatitis C (HVC), bekende infectie met SARS-CoV-2, bekend menselijk immunodeficiëntie virus (HIV) of verworven immunodeficiëntiesyndroom (AIDS) gerelateerde ziekte.
  • Heeft een actieve infectie waarvoor systemische therapie nodig is.
  • De patiënt heeft een allogene transplantatie van weefsels of vaste organen ondergaan.
  • Een van de volgende aandoeningen in de afgelopen 6 maanden: myocardinfarct, instabiele angina, coronaire/perifere arteriële bypass-transplantatie, congestieve hartinsufficiëntie NYHA klasse II of meer congestief hartfalen, cerebrovasculair accident, of voorbijgaande ischemische aanval, diepe veneuze trombose, arteriële trombose, symptomatische longembolie, of een andere significante trombo-embolie. Elke grote operatie binnen 28 dagen voorafgaand aan deelname.
  • Patiënt neemt momenteel deel of heeft deelgenomen aan een onderzoek met een onderzoeksmiddel of een onderzoeksapparaat heeft gebruikt binnen 4 weken voorafgaand aan de eerste dosis van de studiebehandeling. Opmerking: deelnemers die in de vervolgfase van een onderzoek zijn begonnen, mogen deelnemen zolang het ten minste 4 weken na de laatste dosis van het vorige onderzoeksmiddel.
  • Diagnose van een andere maligniteit binnen de laatste 3 jaar voorafgaand aan inschrijving, met uitzondering van adequaat behandelde niet-melanomateuze huidkanker, of carcinoma in situ (bijv. borstcarcinoom in situ, baarmoederhalskanker in situ, carcinoma in situ, prostaatcarcinoom in situ) die een mogelijk curatieve therapie hebben ondergaan.

Studiecoördinator

Dr. S.F. Oosting
Afdeling Medische Oncologie
Tel.: 050 3612821 (secretariaat Oncologie)
E-mail: s.oosting@umcg.nl