Patiënten informatie folder: kopie van: 7. BPIF DGT IDC

Inhoudsopgave & acties
Acties

Algemene inleiding

De informatie in dit document is bedoeld als aanvulling op de informatie die u al heeft gekregen van uw behandelend internist-oncoloog en de oncologieverpleegkundige. Het is bekend dat veel van de informatie die u tijdens de eerste gesprekken over uw ziekte en de behandeling krijgt verloren gaat, en dat de vragen over behandeling en mogelijk bijwerkingen meestal later komen. U kunt de informatie thuis rustig nalezen om u voor te bereiden op de behandeling die u gaat krijgen. Vragen kunt u stellen bij een volgend bezoek aan de polikliniek of via de uitgereikte telefoonnummers.

Wat is doelgerichte therapie

Bij doelgerichte therapie worden er medicijnen gegeven om kankercellen te doden of de groei ervan te remmen. Deze medicijnen richten zich op specifieke eigenschappen van kankercellen. Dit doen ze door de werking van bepaalde eiwitten van de kankercel te blokkeren. Er zijn veel verschillende eigenschappen van de kankercellen die aangrijpingspunten kunnen zijn van doelgerichte therapie. Bijvoorbeeld de ongecontroleerde groei van sommige kankercellen. Of het proces waarbij kankercellen de aanmaak van nieuwe bloedvaten stimuleren. Een belangrijke voorwaarde voor doelgerichte therapie is dan ook dat de kankercellen die specifieke eigenschappen hebben. Dit kan namelijk per kankersoort verschillen. Bij sommige kankersoorten onderzoeken we eerst of de kankercellen die specifieke eigenschappen hebben. In de meeste gevallen wordt doelgerichte therapie gegeven in tabletvorm. Er zijn ook middelen die worden gegeven via het infuus.
Algemene informatie over doelgerichte therapie kunt u vinden in de folder ‘doelgerichte therapie’ van V&VN Oncologie, op doelgerichte therapie en op www.kanker.nl.

Werkingsmechanisme voorgestelde doelgerichte therapie

Angiogenese remmers

Sommige tumorcellen maken groeifactoren (eiwitten) aan, die zorgen voor aangroei van nieuwe bloedvaten. De cellen die bloedvaten bekleden (endotheelcellen) hebben receptoren die de groeifactoren herkennen en de aanmaak van nieuwe bloedvaten in gang zetten. Deze bloedvaten kunnen de tumor van zuurstof en voedingsstoffen voorzien. Met meer voeding en zuurstof, kunnen de tumorcellen weer verder groeien. Dit proces heet angiogenese. Angiogenese remmers zijn medicijnen die de aanmaak van deze groeifactoren blokkeren en daarmee de aanmaak van nieuwe bloedvaten voorkomen. Ze hebben daardoor een remmend effect op de tumorgroei.

mTOR remmers

Het mTOR eiwit is vaak overactief in tumorcellen. Het zorgt ervoor dat tumorcellen zich gaan delen en het speelt ook een rol bij de aanmaak van nieuwe bloedvaten. Als er nieuwe bloedvaten gevormd worden naar de tumor toe, krijgt deze meer voeding en zuurstof. Hierdoor kunnen tumorcellen weer verder groeien. mTOR remmers zijn medicijnen die de werking van het m-TOR eiwit blokkeren. Hierdoor kan de vorming van nieuwe bloedvaten geblokkeerd worden en kan de ongeremde groei (celdeling) van de tumor beperkt worden.

BRAF-/MEK remmers

Uw tumorcellen worden onderzocht om te kijken of de mutatie BRAF V600 aanwezig is. Ongeveer de helft van alle mensen met bijvoorbeeld een melanoom heeft deze BRAF-genmutatie. BRAF is een eiwit, waarvan de structuur verandert door de genmutatie. Hierdoor gaat het eiwit de groei van tumorcellen stimuleren. De zogenaamde BRAF-remmers blokkeren de vorming van het eiwit, waardoor de groei van de tumorcellen wordt belemmerd.

MEK is een ander eiwit dat betrokken is bij de groei van tumorcellen. De MEK-eiwitten zijn in BRAF gemuteerde tumoren vaak overactief. MEK-remmers remmen de activiteit van het eiwit. Hierdoor wordt de groei van de tumor geremd.

Omdat de MEK-eiwitten met name overactief zijn bij tumoren met een BRAF- genmutatie, worden BRAF- en MEK-remmer vaak gecombineerd voorgeschreven.

PARP remmers

PARP is een natuurlijk voorkomend eiwit dat helpt om schade aan het erfelijk materiaal te herstellen. Het PARP eiwit helpt ook kankercellen die beschadigd zijn te herstellen.

PARP remmers blokkeren de werking van het eiwit PARP. Door PARP te blokkeren kan de kankercel minder goed schade herstellen, waardoor het te zwak wordt om goed te groeien.

Schade herstel met behulp van het PARP eiwit wordt extra belangrijk als het BRCA eiwit in kankercellen door een fout (mutatie) in het BRCA gen niet meer goed functioneert. Om deze reden zijn tumoren van patiënten met een mutatie in BRCA extra gevoelig voor deze behandeling.

CDK4/6 remmers

CDK4/6 zijn eiwitten die nodig zijn bij de celdeling. Kankercellen delen zich in een verhoogd tempo, waardoor het aantal kankercellen toeneemt en de tumor groeit. Door de eiwitten die betrokken zijn bij de celdeling te blokkeren met CDK remmers, kan de celdeling en daarmee de toename van kankercellen tegen worden gegaan. De uitzaaiingen nemen dan niet verder toe en worden soms zelfs kleiner.

Bij hormoongevoelige borstkanker spelen naast hormonen deze eiwitten een belangrijke rol. CDK remmers blokkeren deze eiwitten waardoor de hormoon gevoelige borstkanker minder goed kan groeien.  Hormonale therapie remt de aanmaak van oestrogenen, vrouwelijke geslachtshormonen, waardoor de groei van de tumor ook wordt afgeremd. Uit onderzoek is gebleken dat CDK-remmers in combinatie met hormonale therapie effectiever is dan hormonale therapie alleen.

EGFR-remmers

EGFR (epidermale groeifactor receptor) is een bepaald eiwit dat bij sommige kankersoorten in verhoogde mate aanwezig is. EGFR speelt een belangrijke rol bij groei van de tumorcellen, uitzaaiingen en het gaat tegen dat cellen afsterven. EGFR-remmers zijn medicijnen die deze eiwitten blokkeren. Hierdoor kan de tumorcel belemmert worden in de groei, uitzaaien en wordt afsterven van de tumorcellen niet langer tegen gegaan.

HER2-remmers

HER-2 is een specifiek eiwit wat zich bij bepaalde tumoren op de celwand van kankercellen bevindt. HER-2 bevindt zich dan in grote aantallen op het oppervlak van de tumorcellen waar het hun groei bevordert. HER2-remmers blokkeren dit specifieke eiwit waardoor deze kankercellen stoppen met groeien en afsterven.

Doelgerichte therapie met meervoudige werking

Bepaalde medicijnen van doelgerichte therapie hebben een meervoudige werking op de tumor. Ze beïnvloeden bijvoorbeeld de nieuw bloedvatvorming, ook wel angiogenese genoemd. Het medicijn blokkeert receptoren en daarmee de aanmaak van nieuwe bloedvaten en heeft daardoor een remmend effect op de tumorgroei.
Daarnaast beïnvloedt het medicijn op soortgelijke wijze andere eiwitten die betrokken zijn bij het stimuleren van celdeling, uitzaaien van de tumorcellen of het voorkomen van cel sterfte. Door het blokkeren van deze receptoren kunnen de tumorcellen bijvoorbeeld minder goed groeien.

Vismodegib

Basaalcelcarcinoom ontwikkelt zich als DNA in normale huidcellen beschadigd wordt en het lichaam deze schade niet kan repareren. Door deze beschadiging kan de werking van bepaalde eiwitten in deze cellen veranderen en worden deze beschadigde cellen kwaadaardig en beginnen te groeien en te delen. Vismodegib is een geneesmiddel tegen kanker dat werkt door één van de belangrijkste eiwitten in toom te houden die bij basaalcelcarcinoom betrokken is. Hierdoor kan de groei van de kankercellen worden vertraagd of gestopt of kunnen de kankercellen worden gedood. Als gevolg hiervan kan uw huidkanker (tijdelijk) kleiner worden.

Pralsetinib

Voor de behandeling van gevorderde of gemetastaseerde schildklierkanker is er in sommige gevallen een behandeling met Pralsetinib mogelijk. Pralsetinib (Gavreto®) beïnvloedt bepaalde eiwitten die op de tumorcel zitten. Het gaat hierbij om RET-receptoren. Door het blokkeren van deze receptoren kunnen de tumorcellen minder goed groeien.

Behandelplan

[Hier behandelplan toevoegen]

Wanneer altijd bellen

Koorts

  • Bij één keer koorts boven 38.5 graden
  • Bij twee maal achter elkaar 38 graden koorts in een tussentijd van 6 uur
  • Bij koude rillingen

Misselijkheid en braken

  • Bij ernstig en aanhoudend braken gedurende 24 uur of langer
  • Bij tekenen van uitdroging: droge mond, droge huid, weinig of niet meer plassen, donkere urine

Diarree

  • Bij langer dan 24 uur aanhoudende diarree
  • Bij tekenen van uitdroging: droge mond, droge huid, weinig of niet meer plassen, donkere urine

Obstipatie/Verstopping van de ontlasting

  • Bij langer dan drie dagen aanhoudende obstipatie (harde ontlasting en/of verstopping)

Andere situaties waarin u direct moet bellen

  • Bij aanhoudend bloeden van een wondje (langer dan 15 minuten)
  • Bij een lang aanhoudende bloedneus (langer dan 15 minuten)
  • Bij heviger bloedverlies tijdens menstruatie
  • Bij hartkloppingen en duizeligheid
  • Bij plotseling optredende kortademigheid, een gevoel van benauwdheid of een snelle ademhaling die u niet kunt corrigeren
  • Bij pijnlijke plekjes in de mond en moeite met slikken waardoor u niet kunt eten of drinken
  • Bij een pijnlijk en branderig gevoel bij het plassen
  • Bij aanhoudende pijn of een branderig gevoel op de plaats van toediening van cytostatica
  • Bij pijnlijke handen en voeten
  • Bij elk ander nieuw verschijnsel

Bereikbaarheid afdeling

Levensbedreigende situatie: bel 1-1-2.

Spoedsituatie: situaties die niet kunnen wachten (ook niet tot de volgende ochtend of tot na het weekend), zie eerder.

Tijdens kantoortijden (8.30-16.30 uur, maandag t/m vrijdag) belt u met één van de oncologie verpleegkundigen via het algemene ziekenhuis nummer: 050-3616161.

Buiten kantoortijden belt u met de verpleegafdeling Medische Oncologie (D2VA) via 050-3614436 (bij geen gehoor: 050-3614435). U krijgt een oncologie verpleegkundige te spreken die zo nodig de dienstdoend internist-oncoloog inschakelt. U wordt daarna zo spoedig mogelijk terug gebeld. Dit is niet bedoeld voor vragen over bijvoorbeeld afspraken of herhaalrecepten.

Niet spoed: voor situaties niet kunnen wachten tot het volgende polikliniek bezoek, belt u tijdens kantoortijden met één van de oncologie verpleegkundigen via het algemene ziekenhuis nummer: 050-3616161. Vraag naar de oncologie verpleegkundige die u het beste kent (of de vervanger). De oncologie verpleegkundige beoordeelt of de vraag direct beantwoord kan worden of dat overleg met de internist-oncoloog nodig is. In het laatste geval krijgt u zo snel mogelijk bericht terug. Soms krijgt u het advies eerst contact met de huisarts op te nemen.

Via e-mail worden geen vragen beantwoord. We beschouwen dit als medisch niet veilig en het mag niet van de overheid (Algemene Verordening Gegevensbescherming, 2018).

Kanker en voeding

Goede voeding en een stabiel lichaamsgewicht zijn belangrijk. Het vergroot de mogelijkheid om een behandeling te doorstaan en ervan te herstellen.
Goede voeding is gevarieerd en bevat:

  • Voldoende energie
  • Voldoende eiwitten
  • Voldoende vocht
  • Vitamines en mineralen

De internist-oncoloog of de oncologieverpleegkundige zal u naar een diëtist verwijzen als u een grote kans op voedings- of gewichtsproblemen heeft. Als u zelf vragen heeft over voeding kunt u deze altijd stellen aan uw arts of verpleegkundige.

Als u supplementen gebruikt of vaak vette vis eet, dan vragen wij u dit ook te bespreken met uw arts of verpleegkundige. Er kan dan worden uitgezocht of dit eventueel schadelijk is in combinatie met chemotherapie of andere medicijnen vanwege kanker.
Voor meer informatie zie www.kanker.nl of www.voedingenkankerinfo.nl

Mondzorg

Door de doelgerichte therapie kunt u last krijgen van een droge- of pijnlijke mond. In de mond kunnen blaren ontstaan, waardoor het eten pijnlijker kan worden.

Een goede mondzorg kan deze klachten voorkomen. Hiervoor adviseren wij u het volgende:

  • 2 tot 3 keer per dag de tanden (of de kaak, indien u een prothese heeft) poetsen met een zachte borstel.
  • Wanneer dit te pijnlijk is kunt u de mond spoelen met mondspoel middel. Doe dit minimaal 3x per dag.
  • Gebruik zo min mogelijk suikerhoudend en kleverig voedsel, om de kans op gaatjes tijdens de behandeling te verkleinen.

Pijnklachten/blaren in de mond bij doelgerichte therapie

Tegen ontstoken slijmvlies door doelgerichte therapie is niet zoveel te doen. Meldt deze klachten wel altijd bij uw internist-oncoloog of verpleegkundige.
Wanneer u last hebt van de mond kunt u een paar keer per dag spoelen met een zout-soda oplossing (1tl zout, 1tl soda en 1L (lauw) water), of u kunt spoelen met kamillethee.
Voor meer adviezen verwijzen we u naar de folder ‘mondzorg bij chemotherapie’, die uw oncologie verpleegkundige u verstrekt heeft

Kanker en werk

Aan het werk blijven of het werk weer oppakken na een periode van afwezigheid kan ten goede komen aan uw welbevinden en herstel. Werk kan, naast een inkomen, afleiding en houvast bieden: de aandacht gaat even niet uit naar de ziekte, maar naar andere zaken. Ook vinden veel mensen het sociale contact met collega’s prettig.
De mate waarin mensen wel of niet kunnen werken tijdens en na de behandeling is afhankelijk van verschillende factoren. Indien uw ziekte, de bijwerkingen van de behandeling, en de soort werkzaamheden die u doet het toelaten, raden wij u aan om (voor een deel) aan het werk te blijven tijdens de behandeling. Hiervoor zijn geen algemene adviezen te geven. Bespreekt u daarom uw persoonlijke situatie met de internist-oncoloog of oncologieverpleegkundige.
Er zijn wel algemene tips en adviezen over het onderhouden van contact met uw werkgever, overleg met uw bedrijfsarts, en wetgeving. Deze informatie kunt u bijvoorbeeld vinden op de website www.kanker.nl of in de folder “Wat en hoe bij Kanker en Werk. Handleiding voor mensen die kanker hebben (gehad)” (te verkrijgen via de oncologieverpleegkundige of in het Informatiecentrum Oncologie).

Kanker en bewegen

Kanker en de behandeling daarvan hebben een grote impact op uw lichamelijke en geestelijke welzijn. Wetenschappelijk onderzoek leert dat regelmatig bewegen na de behandeling een belangrijke bijdrage kan leveren aan het opbouwen van de conditie en aan het herstel. Ook beweging tijdens de behandeling kan een positieve invloed hebben. Bewegen tijdens een behandeling vanwege kanker is meestal veilig. Vraag uw internist-oncoloog of oncologieverpleegkundige advies over bewegingsactiviteiten die in uw situatie geschikt zijn en neem contact met hen op als u meer dan “normale” klachten ondervindt ten gevolge van het bewegen.

Bijwerkingen doelgerichte therapie

Uw behandeling heeft niet alleen invloed op kankercellen, maar ook op gezonde cellen in het lichaam. Bij het opstellen van deze lijst is gestreefd naar een volledige weergave van alle bijwerkingen die bij uw behandeling op kunnen treden, maar dit houdt niet in dat alle genoemde bijwerkingen zich ook daadwerkelijk zullen voordoen. Het uitblijven van bijwerkingen wil niet zeggen dat de behandeling niet aanslaat. De volgorde waarin de bijwerkingen vermeld staan is willekeurig.

Eiwit in de urine

U kunt eiwit verliezen via de urine. U merkt hier zelf niets van. Als u veel eiwit verliest via de urine kan dat uw nierfunctie verminderen. Tijdens de behandeling zal uw urine regelmatig gecontroleerd worden. Indien het eiwitgehalte te hoog is, kunt u aanvullende medicijnen voorgeschreven krijgen of kan de behandeling aangepast worden.

Hoge bloeddruk

In de meeste gevallen zult u niet merken dat u een te hoge bloeddruk hebt. Alleen bij een extreem hoge bloeddruk kunt u last hebben van:

  • Hoofdpijn
  • Kortademigheid
  • Problemen met zien
  • Duizeligheid

Advies:

Als u een van bovenstaande klachten heeft, neem dan contact op met het ziekenhuis.

Tijdens de behandeling wordt uw bloeddruk regelmatig gecontroleerd. Als het nodig is zal de internist-oncoloog medicijnen voorschrijven om de bloeddruk te verlagen.
Het is belangrijk dat deze antibloeddruk-medicijnen weer afgebouwd worden als de behandeling gestopt of onderbroken wordt.

Invloed op de hartspierfunctie

Er bestaat een kleine kans dat uw hartspier minder goed gaat werken als gevolg van de behandeling. Klachten die kunnen wijzen op een verminderde hartfunctie zijn het vasthouden van vocht rond de enkels en kortademigheid. Als u deze klachten hebt, zal onderzocht worden of dit het gevolg is van een verminderde werking van de hartspier. Dergelijke klachten kunnen ook een andere oorzaak hebben. Als de hartspier minder goed werkt wordt de behandeling meestal gestopt of tijdelijk onderbroken, en kunnen er medicijnen voor het hart voorgeschreven worden.

Verminderde wondgenezing

Door de behandeling kan genezing van een wond kan minder goed gaan. De behandeling mag daarom niet gestart worden kort na een operatie of voordat een operatiewond geheel genezen is.
Als u een niet goed genezende wond hebt tijdens de behandeling, dan moet de behandeling gestopt worden totdat de wond goed genezen is. Wanneer u opmerkt dat wondjes minder goed genezen dan voorheen, neem dan contact op met het ziekenhuis. Ook is het belangrijk dat u contact opneemt met het ziekenhuis als u een ingreep, bijvoorbeeld het trekken van een kies, moet ondergaan.

Verhoogde kans op bloedingen

De behandeling geeft een wat verhoogde kans op bloedingen, met name bloedneuzen.
Bij een bloedneus kunt u de neus dichtknijpen en het hoofd voorover buigen om te proberen de bloeding te stoppen. Als de bloeding meer dan 15 minuten aanhoudt moet u contact opnemen met het ziekenhuis.

Perforatie

De behandeling kan in hele zeldzame gevallen leiden tot een perforatie, dat is een gaatje in bijvoorbeeld de maag- of darmwand. Dit veroorzaakt heftige buikpijn. Wanneer u heftige buikpijn hebt, moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis.

Te langzaam werkende schildklier

Een langzaam werkende schildklier betekent dat er te weinig schildklier hormoon wordt aangemaakt. Dit kan klachten veroorzaken zoals vermoeidheid, kouwelijkheid en obstipatie, maar het kan ook optreden zonder dat u het merkt. Uw schildklier functie wordt daarom regelmatig gecontroleerd tijdens de behandeling. Een te langzaam werkende schildklier wordt behandeld met schildklierhormoon tabletten.

Vasthouden van vocht

Vaak treedt er vochtophoping op rondom de ogen, vooral in het bovenste ooglid. Deze bijwerking verdwijnt weer na het staken van de behandeling.
Vocht kan zich bij de enkels ophopen, dit wordt ook wel enkeloedeem genoemd.
Een enkele keer treedt er vocht ophoping op in de buik. U kunt dit merken doordat uw buik in omvang toeneemt. Mocht dit het geval zijn, neem dan contact op met het ziekenhuis. Uw behandelend arts zal u zo nodig medicatie voorschrijven.

Misselijkheid en braken

Door de behandeling kunt u last krijgen van misselijkheid en braken. De mate waarin misselijkheid voorkomt, verschilt van persoon tot persoon, zelfs bij dezelfde behandeling.
Er zijn tegenwoordig goede medicijnen waarmee dit kan worden voorkomen of verminderd. Indien nodig  krijgt u van de internist-oncoloog een recept mee, voor medicijnen tegen de misselijkheid. Het is belangrijk dat u deze medicijnen volgens voorschrift gebruikt.

Adviezen bij misselijkheid:

  • Voldoende drinken: 2 liter per dag (14 glazen). Probeer niet alleen water te drinken, maar wissel dit af met bijvoorbeeld bouillon, limonade, melkproducten, vruchtensap of groentesap.
  • Gebruik regelmatig een kleine maaltijd, maar forceer het eten niet, eet niet meer dan u kunt.
  • Wanneer u weinig eet en drinkt kunt u soms juist meer last krijgen van een ziek en misselijk gevoel vanwege een lege maag.
  • Wanneer u tijdens de opname last krijgt van misselijkheid, is het goed dit tijdig aan de verpleegkundige te melden zodat u extra medicijnen kunt krijgen om verergering te voorkomen.

Meer informatie over voeding kunt u lezen in de folder ‘Voeding bij kanker’ van KWF Kankerbestrijding.

Smaakverandering

Smaakverandering of smaakvermindering is in de meeste gevallen tijdelijk van aard. Eten dat u anders lekker vond smaakt nu niet meer en eten dat u normaal gesproken niet lekker vond smaakt u nu misschien juist wel. U kunt daarom wat met de voeding experimenteren om uit te vinden welke voeding het beste bij uw veranderde smaak past.

Invloed op de werking van het beenmerg

Door de behandeling kan remming van de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg optreden. Er kan daardoor een tekort ontstaan van verschillende bloedcellen. Deze bloedcellen zijn: rode bloedcellen (erytrocyten), witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (trombocyten). Deze remming van de aanmaak van bloedcellen is tijdelijk. U kunt zelf niets doen om dit te voorkomen of te veranderen.
Wanneer het aantal rode bloedcellen of aantal bloedplaatjes te laag is, kan het nodig zijn dat u deze via een transfusie krijgt toegediend.

Tekort aan deze cellen kunnen verschillende klachten geven:
Een verminderd aantal rode bloedcellen geeft bloedarmoede. Verschijnselen hiervan zijn onder andere vermoeidheid, kortademigheid en duizeligheid.

Een verminderd aantal witte bloedcellen geeft een verhoogde kans op infecties. Een infectie is te herkennen aan een temperatuur van 38,5ºC of hoger al dan niet in combinatie met koude rillingen. Ook een temperatuur rond 38°C gedurende langer dan 6 uur kan wijzen op een infectie.

Er is een aantal maatregelen die u kunt treffen om de kans op een infectie tijdens de behandeling zoveel mogelijk te beperken. Zorg voor een goede lichaamshygiëne, ga niet in de sauna of het stoombad, controleer eventuele wondjes op ontstekingsverschijnselen.

Een verminderd aantal bloedplaatjes geeft een verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees. Ook kan het bloedverlies tijdens de menstruatie heviger zijn dan u normaal gewend bent.

Het is beter de temperatuur onder de arm te meten of met een oorthermometer. Door rectaal gebruik van de thermometer kan er beschadiging van slijmvlies optreden met bloeding tot gevolg.

Diarree

Door de behandeling kunt u diarree krijgen. Diarree is een waterige dunne ontlasting meer dan vier keer per dag. De opname van vocht is dan verstoord door irritatie van het slijmvlies van de darm en een verandering in de stofwisseling van de dunne darm. Als u diarree heeft worden voedingsstoffen in de darmen minder goed opgenomen.

Klachten die hiermee gepaard kunnen gaan:

  • Buikpijn/ buikkrampen
  • Frequente aandrang
  • Dunne ontlasting
  • Veranderde kleur van de ontlasting
  • Overgevoeligheid voor bepaalde voedingsmiddelen
  • Pijn en huidirritatie van het gebied rond de anus
  • Droge mond en droge huid
  • Donkere urine en veel minder vaak plassen

Advies:

Wanneer u last heeft van diarree is het belangrijk dat u veel drinkt om het vochtverlies aan te vullen. Bij de volgende klachten moet u contact opnemen met het ziekenhuis:

  • Diarree die langer dan 24 uur aanhoudt
  • Bloed bij de ontlasting
  • Diarree in combinatie met braken
  • Donkere urine en minder vaak plassen

Obstipatie (harde ontlasting en/of verstopping)

Door de behandeling kunt u last krijgen van verstopping van de darmen. Klachten hierbij zijn:

  • Harde en droge ontlasting
  • Persen bij stoelgang
  • Opgezette buik
  • Buikpijn/darmkrampen
  • Verminderde eetlust door vol gevoel

Iedereen heeft een ander ontlastingspatroon. In verband met de behandeling die u krijgt, is het echter belangrijk dat uw ontlastingspatroon niet te veel gaat afwijken van het patroon dat u voor de behandeling had.

Advies:
Het is belangrijk dat u voldoende drink, vezels eet en beweegt. Als u 3 dagen geen ontlasting gehad heeft, moet u contact opnemen met het ziekenhuis. Dan kunnen er medicijnen voorgeschreven worden om dit te verhelpen.

Allergische reactie

Door de behandeling kunt u een allergische reactie krijgen. De medicijnen worden door het lichaam als een lichaamsvreemde stof gezien en hierdoor kan een allergische reactie ontstaan.

Een allergische reactie begint vaak met:

  • Roodheid en huiduitslag, soms met jeuk over het hele lichaam
  • Verwijding van de bloedvaten

Later kunnen de volgende verschijnselen optreden:

  • Duizeligheid en bloeddrukdaling
  • Kortademigheid
  • Bleekheid
  • Gezwollen oogleden en opgezet gezicht
  • Rillen

Advies:
Wanneer u zich tijdens of direct na toediening van het infuus anders voelt dan normaal dan moet u dit direct melden aan uw arts of verpleegkundige.
Een allergische reactie treedt meestal op tijdens de toediening in het ziekenhuis en kan goed behandeld worden met aanvullende medicijnen. De klachten verdwijnen na behandeling snel.

Hoge bloedsuiker

De bloedsuikerspiegel, ook wel glucose genoemd, kan door de behandeling stijgen. Dit kan suikerziekte, (diabetes mellitus) veroorzaken. Uw bloedsuiker wordt regelmatig gecontroleerd. Als de bloedsuiker te hoog wordt zal de internist-oncoloog u daarvoor tabletten voorschrijven.

Als u al bekend bent met suikerziekte is het belangrijk dat uw bloedsuiker tijdens de behandeling wat vaker gecontroleerd wordt.

Hoog cholesterol

Ten gevolge van behandeling kan uw cholesterol stijgen. Hier merkt u niets van. Voor en tijdens de behandeling zal uw cholesterol regelmatig gecontroleerd worden. Als het cholesterol te hoog wordt zal de internist-oncoloog u daarvoor tabletten voorschrijven.

Invloed op de slijmvliezen; pijnlijke mond

Door de behandeling kunt u last krijgen van droge slijmvliezen van uw mond, ogen, neus.
U kunt klachten krijgen van overgevoeligheid van het mondslijmvlies tot ontstekingen of een soort aften (pijnlijke zweertjes). Goede mondverzorging is belangrijk. Toch kan het gebeuren dat u niet meer kunt poetsen of eten door pijnlijke plekjes en blaartjes. U moet contact opnemen met het ziekenhuis als u moeite heeft met eten en/of poetsen.

Vermoeidheid/verminderde energie

U kunt merken dat u tijdens de behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn. Houdt hier rekening mee in uw dagelijks leven; neem voldoende tijd om te rusten, maar probeer rust wel af te wisselen met activiteiten. Dagelijkse activiteiten kunt u gewoon blijven doen, misschien moet u het tempo wat aanpassen.

Invloed op seksualiteit, vruchtbaarheid en zwangerschap bij doelgerichte therapie

Ook tijdens de behandeling blijft vrijen en geslachtsgemeenschap mogelijk. We adviseren u om tijdens de behandeling tot 1 maand erna een condoom te gebruiken. Enerzijds omdat de behandeling een ongeboren kind ernstig kan beschadigen. Aan de andere kant omdat de schadelijke effecten van doelgerichte therapie bij partners op dit moment nog niet duidelijk zijn.

Vanwege de kans op schadelijke effecten op een ongeboren kind adviseren we u om tot een jaar na behandeling adequate anticonceptie te gebruiken.

De meeste doelgerichte therapieën veroorzaken geen onvruchtbaarheid.

Als gevolg van ziekte of behandeling kunt u echter minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap. Het is belangrijk dat u uw wensen en verwachtingen op dit gebied bespreekt met uw partner. Bij vragen op dit gebied kunt u terecht bij de internist-oncoloog of de oncologieverpleegkundige.

Meer informatie over seksualiteit kunt u lezen in de folder ‘Kanker en seksualiteit’ van KWF Kankerbestrijding.  Zie ook: https://www.kanker.nl/bibliotheek/seksualiteit/gevolgen–2/669-seksualiteit voor aanvullende informatie.

Stemmingswisseling

Bij stemmingswisselingen kunt u zich afwisselend overdreven vrolijk voelen en veel energie hebben of u voelt zich juist terneergeslagen, lusteloos en moe.
Als u dit bij uzelf bemerkt kunt u dit met uw internist-oncoloog of oncologieverpleegkundige bespreken bij het volgende bezoek aan de polikliniek.

Hoofdpijn

Hoofdpijn kan gepaard gaan met een overgevoeligheid voor prikkels als licht en geluid.

Adviezen:

  • Gebruik ter bestrijding van hoofdpijn 500 mg tot 1000 mg paracetamol per keer (maximaal 4 maal per dag dus niet meer dan een totale dosis van 4 x 1000 mg per dag).
  • Als u ondanks het gebruik van de paracetamol toch hoofdpijnklachten blijft houden, moet u contact opnemen met het ziekenhuis.

Invloed op de leverfunctie

Door de behandeling kan de leverfunctie verstoord raken. Stoornissen van de leverfunctie zijn vaak te zien aan afwijkingen in het bloed. Daar zult u in eerste instantie niet veel van merken. Pas bij ernstige leverfunctiestoornissen kunt u klachten krijgen als vermoeidheid, malaise of u krijgt geelzucht.
Als er leverfunctiestoornissen optreden, kunnen die het verloop van de behandeling veranderen. U krijgt bijvoorbeeld een lagere dosis toegediend of de internist-oncoloog schrijft een ander middel voor.

Magnesiumverlies via de nieren

In de periode dat u behandeld wordt kan het magnesium (een zout) in het bloed te laag worden. Dit geeft meestal geen klachten en wordt bij het bloedonderzoek gecontroleerd. Verschijnselen die op een te laag magnesium kunnen wijzen zijn kramp in de spieren en tintelingen in het gezicht en de handen. Mocht het magnesium gehalte in het bloed te laag zijn dan wordt dit aangevuld via een infuus of met tabletten waar magnesium in zit. Dit extra magnesium wordt toegediend zolang dat nodig is, soms tot na het voltooien van de behandeling.

Huidreacties bij doelgerichte therapie

Bij behandeling met doelgerichte medicijnen kunnen verschillende huidreacties optreden en ook aan haar en nagels.

  • Droge huid
  • Huiduitslag met roodheid en bultjes
  • Acné
  • Keratosis pilaris; lijkt op gerstekorrels
  • Hyperkeratose: eeltvorming aan handen, voeten of ellebogen
  • Verkleuring van de huid en haar

Algemene adviezen:

  • Draag geen knellende kleding en schoenen.
  • Gebruik bij voorkeur geen zeep tijdens het douchen of baden en gebruik bij voorkeur lauwwarm water.
  • Douche bij voorkeur zo kort mogelijk.
  • Vermijd producten op alcoholbasis.
  • Vermijd geparfumeerde producten.
  • Gebruik een vettige crème, bijvoorbeeld cetametogrolcreme of vaseline-lanettecrème.
  • Vermijdt felle zon, gebruik altijd een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (30 of hoger).

Adviezen bij eeltvorming:

  • Eelt op voetzolen of handpalmen vet houden met een vettige crème of zalf.
  • Na het verweken van het eelt voorzichtig wegvijlen, dit kan ook door een pedicure worden gedaan.
  • Bij pijnlijke eeltvorming op voetzolen, zo min mogelijk schoenen dragen. Draag alleen goed ventilerende schoenen met een stevige zool.
  • Als voetzolen of handpalmen pijnlijk zijn, kan dit vaak verlicht worden door een ijskompres/ijsklontjes.

Andere vorm van huidkanker

U kunt door het gebruik van deze medicijnen een andere vorm van huidkanker krijgen, deze vorm van huidkanker is een plaveiselcelcarcinoom. Het plaveiselcelcarcinoom, dat goed behandeld kan worden als men er vroeg bij is, kan ook ontstaan op de slijmvliezen van bijvoorbeeld de mond of de vrouwelijke geslachtsorganen. Tijdens de controles zal uw huid regelmatig beoordeeld worden. Indien u zelf nieuwe huidafwijkingen vind, kunt u dat aangeven bij uw internist-oncoloog. Zo nodig zal de dermatoloog betrokken worden.

Hartklachten

De behandeling verhoogt het risico op hartklachten zoals pijn op de borst, hartkloppingen en benauwdheid. Wanneer deze klachten zich voordoen moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis.

Verhoogde kans op trombose

Trombose is een aandoening waarbij er bloedstolsels worden gevormd in de bloedvaten. Dit kan in elke ader of slagader optreden, ook in een arm of been. Doordat het bloed niet goed kan wegstromen, wordt het lichaamsdeel dik, pijnlijk en rood. Wanneer dit ontstaat in de longen dan gaat dat vaak gepaard met pijn op de borst en kortademigheid. Wanneer deze klachten zich voordoen moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis.

Hoesten en kortademigheid

Door de behandeling kan er een longontsteking ontstaan die niet veroorzaakt wordt door een bacterie of virus maar door de behandeling zelf. Klachten die daarop kunnen wijzen zijn hoesten en kortademigheid. In de meeste gevallen verloopt deze bijwerking mild, maar in een enkel geval kan er een ernstigere complicatie optreden. Dit type longontsteking gaat meestal vanzelf over als de medicatie (tijdelijk) wordt gestaakt. Als u last heeft van droge hoest of kortademigheid neem dan contact op met het ziekenhuis.

Slapeloosheid

Door de behandeling kunt u last krijgen van slapeloosheid met als gevolg:

  • Vermoeidheid
  • Slaperigheid overdag
  • Lusteloosheid en prikkelbaarheid
  • Moeite met concentreren

Adviezen:

  • Sta iedere dag rond dezelfde tijd op, ook in het weekend.
  • Vermijd dutjes tussendoor.
  • Zorg dat u uw eigen ritme vasthoudt, regelmaat doet goed.
  • Drink geen alcohol voor het slapen gaan, dat maakt de slaap alleen maar onrustiger.
  • Ontspan voor het slapen gaan door ofwel naar muziek te luisteren, een niet te zwaar boek te lezen, een beker warme melk te nemen, even in bad of onder de douche te gaan.
  • Drink ’s avonds geen cafeïne houdende dranken en eet niet (te veel) vlak voor het slapen gaan.
  • Ventileer goed, de slaapkamer mag niet te koud en niet te warm zijn.
  • Als u toch niet kunt slapen, ga dan even iets doen wat ontspant, doe dat wel in een andere ruimte.

Spierpijn

Door de behandeling kunt u spierpijn of pijn in de gewrichten krijgen.

Adviezen:

  • Gebruik ter bestrijding van pijn 500 mg tot 1000 mg paracetamol per keer (maximaal 4 maal per dag dus niet meer dan een totale dosis van 4 x 1000 mg per dag).
  • Als u ondanks het gebruik van de paracetamol toch pijnklachten blijft houden, moet u contact opnemen met het ziekenhuis.

Oogklachten

Tijdens de behandeling kunt u merken dat uw zicht met een of beide ogen wazig wordt, dat het zicht vervormd is of dat uw gezichtsveld (het deel van de omgeving dat met een oog gezien kan worden) verminderd is. Indien dit het geval is, moet u direct contact met ons opnemen. Hoewel deze klachten meestal verbeteren, is er een risico dat deze niet verbeteren en dan kunnen leiden tot blindheid.